Schoon schip maken en problemen in de toekomst voorkomen

Interview met voorzitter Joustra van de Commissie Onderzoek Interlandelijke Adoptie:

(Door Henri Kruithof)

 

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) heeft in april van dit jaar de Commissie Onderzoek Interlandelijke Adoptie in het verleden ingesteld. Volgens de instellingsbeschikking moet die commissie onder meer onderzoek doen naar het bestaan van misstanden bij interlandelijke adoptie en de rol van de overheid en bemiddelende partijen bij die misstanden.

 

Wat was de aanleiding voor het instellen van de commissie?

“Bij een intern archiefonderzoek bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, naar aanleiding van een verzoek in het kader van de wet openbaarheid bestuur, waren zaken aan het licht gekomen waarbij de vraag opkwam: ‘Is dit wel in de haak?’. Toen de minister die vraag onder ogen kreeg heeft hij onmiddellijk besloten dat er een volstrekt onafhankelijk onderzoek moest komen. Hij meende dat het goed zou zijn om schoon schip te maken”, aldus commissievoorzitter Mr. T.H.J. Joustra.

“Toen de minister mij vroeg om dit onderzoek te leiden, gaf hij daarbij aan dat het onderzoek echt onafhankelijk moest zijn. Zelf had ik me nog nooit met adoptie bezig gehouden en dat is om twee redenen goed. Om onafhankelijk te zijn is het goed geen betrokkenheid in het verleden te hebben gehad. Maar daarbij komt dat ik ervan houd zaken aan te pakken, waar ik weinig van weet.”

“Eerst was het dus zaak nog twee leden voor de commissie te vinden die elk vanuit hun eigen perspectief inbreng  kunnen leveren. Ik prijs me gelukkig dat ik Beatrice de Graaf en Bert-Jan Houtzagers bereid heb gevonden in de commissie plaats te nemen. Professor de Graaf is een begaafd historicus met veel ervaring in archiefonderzoek. Mr. Houtzagers is na een lange carrière als Landsadvocaat nu staatsraad bij de Raad van State.”

De commissie gaat kijken naar het systeem van interlandelijke adoptie, niet naar elk individueel geval. Dat betekent overigens niet dat individuele gevallen niet aan de orde zullen komen.

Joustra: “We zullen zeker individuele gevallen van interlandelijke adoptie analyseren, al was het alleen maar om als illustratie te dienen van onze bevindingen uit het onderzoek. Maar wij zullen niet voor ieder individueel geval van adoptie een oplossing bieden.”

De commissievoorzitter begrijpt dat dat voor veel mensen die geadopteerd zijn, een teleurstelling kan zijn, omdat zij vaak al heel lang op zoek zijn naar hun verleden. “Ik wil dan ook dat ons rapport handvatten biedt voor individuen om verder mee te gaan in hun leven. We zullen zeker aanbevelingen aan de overheid opnemen om juist voor mensen die worstelen met hun adoptieverleden een oplossing te bieden. Het is een emotioneel onderwerp met zeer verschillende opvattingen. We weten dus dat we een kritisch publiek hebben en dat merken we nu al.”

De commissie heeft van de minister de opdracht gekregen onderzoek te doen in tenminste de periode 1967-1998. In 1998 trad het zogeheten Haags Adoptieverdrag over interlandelijke adoptie voor Nederland in werking. “We zullen ons echter niet beperken tot die periode”, zegt Joustra. “Weliswaar heeft dat verdrag de situatie veranderd en verbeterd, maar dat betekent niet dat er daarna geen misstanden meer voorkwamen. We zullen dan ook niet bij 1998 stoppen.”

 

En dan zit je met z’n drieën rond een tafel en moet je beginnen. Wat doe je dan?

“Ja, wat doe je dan”, zegt Joustra.”We zijn begonnen met archiefonderzoek. Beatrice de Graaf heeft een uitstekend team van onderzoekers aangedragen die goed, indringend en snel werk leveren. Zij doen onderzoek in allerlei archieven van ministeries en organisaties, kranten en noem maar op. Daarnaast bestudeer je achtergrondliteratuur. Wat is er in het verleden al geschreven over deze problematiek. En je bekijkt het juridisch kader. Welke wetgeving gold er in de loop van de tijd. Daarbij komen de kennis en de ervaring van Bert-Jan Houtzagers zeer van pas. Zo probeer je een beeld op te bouwen van de theorie en de praktijk”.

“Vervolgens gaan we dat beeld toetsen in de praktijk. Onderzoekers brengen bezoeken aan in ieder geval twee landen van de vijf die in onze opdracht staan (Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka). Ze zijn al in Sri Lanka geweest en ze gaan binnenkort naar Colombia. Archiefbeheer ligt ingewikkeld in die landen. Maar in Sri Lanka waren de mensen met wie ze spraken wel heel open tegen de onderzoekers, dus dat geeft hoop”.

“Hoewel ons onderzoek in eerste instantie de rol en betrokkenheid van de overheid en de bemiddelende instanties betreft, kun je dat onderzoek niet doen zonder met direct betrokkenen te praten. We praten dus met geadopteerden zelf, met adoptieouders, maar we zullen ook met biologische ouders in de landen van herkomst spreken, om ons een zo volledig mogelijk beeld te vormen.”

“Opvallend is dat er in het verleden zowel in de pers als in de Tweede Kamer heel veel aandacht is geweest voor dit vraagstuk. Ik had dat zelf niet zo op het netvlies. In de afgelopen maanden heb ik het beeld gekregen van een buitengewoon ingewikkeld vraagstuk en een zeer gevoelige materie, waarbij betrokkenen soms zeer fel tegenover elkaar staan.”

 

En op een gegeven moment moet u een rapport gaan schrijven.

“Ja. Na een beschrijving van de situatie zoals die uit al die onderzoeken en gesprekken naar voren is gekomen moeten we conclusies trekken en aanbevelingen doen voor de toekomst. Daar kan ik uiteraard niet op vooruit lopen maar over wat er in het verleden is gebeurd valt wel het een en ander op te merken”, aldus Joustra met gevoel voor understatement.

“We moeten daarbij wel oppassen dat we niet met de bril van vandaag oordelen over het verleden. Het normenstelsel van nu kan niet alleen maar de maatstaf zijn. Het was een andere periode, waarin andere normen golden. Veel van de adopties zijn vanuit buitengewoon nobele bedoelingen tot stand gekomen. Men dacht oprecht dat het in het belang van de kinderen was dat ze hier een betere toekomst zouden hebben dan in de landen waar ze geboren waren. Maar aan de andere kant kan dat niet een excuus zijn voor alle misstanden die er ontegenzeggelijk geweest zijn. Er zijn universele normen die van alle tijden zijn, dat moeten we onder ogen zien.”

 

Wanneer ben u tevreden als het rapport verschijnt?

“Het belangrijkste is dat we een bijdrage leveren aan een oplossing voor degenen die problemen hebben als gevolg van hun adoptie. En ik hoop dat ons rapport problemen in de toekomst kan helpen voorkomen. En onderliggend hoop ik dat het onderzoek herkend zal worden. Dat men zal zeggen: dit is inderdaad zoals het geweest is”.

Deel dit artikel: